De vreemde plant · Herman Johan Robbers

Chapter 23: Hoofdstuk 23

'n Paar dagen later zei Wouter aan tafel: "Vader, ik wou u van avond graag nog even spreken."

"Goed, jongen, best...." bromde de oude man, weer met dat vergenoegde gezicht even.

Wim en Anna waren er niet.

En hij ging weer naar boven en ze praatten weer een uur, maar toen hij beneden kwam, keek hij erg bedrukt. Zijn vrouw kwam naar hem toe. "Wat is er?" vroeg ze gejaagd.

"Hij wil weg!.... Naar de Transvaal!...."

Toen sloot ze de oogen en zonk neer op 'n stoel .... en lang bleef ze dof snikkend zoo zitten.

"Hij sprak over 't geld voor de reis," zei Rubrecht nog, .... nou dat kan hij krijgen natuurlijk...."