Den anderen morgen voor hij wegging riep Wouter zijn moeder nog even apart en zei: "Wat ik u bidden mag, moesje, geen woord aan Margreet over wat we gisteren .... bespraken. Belooft u me dat?"
"Als jij me dan belooft...."
"Ja, ja! .... ik weet wel wat u zeggen wilt, goed, goed!" En hij drukte haar zenuwachtig de hand en was weg.
En de moeder tobde en tobde en tobde....