Zoodra de Columbiad zelve kant en klaar was, wierp zich de belangstelling van het publiek op het projectiel. Barbicane hechtte niet machtig veel aan de gedaante die het hebben zou, want het doorvloog den dampkring toch in weinige seconden en zweefde dan in de ledige hemelruimte. Aanvankelijk dus was de kogelvorm gekozen, ten einde het projectiel naar welgevallen zou kunnen rollen en buitelen. Maar nu er menschen in moesten, werd de vorm gewijzigd. Daarom werden dan ook nieuwe orders gezonden aan het huis Breadwill en Comp., met last tot onverwijlde uitvoering. Het projectiel werd dan ook naar het gewijzigde plan den 2den November gegoten en terstond met den Oosterspoortrein naar Stone's Hill gezonden.
't Was een prachtig stuk metaal, een meesterstuk van Amerikaansche gietkunst. Het was reeds verbazend, dat een zoo geweldige hoeveelheid aluminium voor één voorwerp gebruikt was. Het projectiel schitterde in de stralen der zon. Naar de gedaante geleek het wel een dier torens, die de ridders der middeleeuwen als reusachtige peperbossen op de hoeken hunner kasteelen plaatsten; slechts werpgeschut en weerhaan ontbraken er aan.
Barbicane was hoog met het projectiel ingenomen, maar Michel Ardan had wel wat meer kunst er aan ten koste gelegd willen zien. Het was, vond hij, uitwendig te glad, te kaal; lofwerk en dergelijke zou, meende hij, gunstiger indruk op de maanbewoners maken. Maar het was nu eenmaal niet anders, en Barbicane meende ook, dat het vrij wat meer aankwam op de maatregelen tegen den weêrstoot. Hij vertrouwde dit vraagstuk in het Bosch Skerman opgelost te hebben. Ziehier hoe.
Het projectiel moest ter hoogte van 3 voet gevuld worden met een laag water, bestemd tot het dragen van een houten schijf, als een zuiger sluitende in het projectiel. Op dezen vloer moesten de reizigers zich plaatsen. Het water was door vlakliggende afschutsels verdeeld, die op het oogenblik van het afgaan van het stuk achtereenvolgens verbroken moesten worden. Aldus zou elk watervlak, door afvoerbuizen naar het bovengedeelte van het projectiel geleid, den dienst doen eener springveer, en de schijf, voorzien van zeer sterke proppen, zou niet kunnen stooten dan na het achtervolgend verbrijzelen der verschillende afschutsels. Zeker zouden de reizigers nog wel een hevigen weerstoot voelen wanneer het water geheel was weggeloopen, maar de eerste schok zou toch aanmerkelijk gebroken zijn door een zoo krachtig werkende veer.
't Is waar, 3 voet water moest over een oppervlakte van 54 vierk. voet bijna 6000 kilo wegen; maar de gassen in de Columbiad zouden, volgens Barbicane, dit gewicht gemakkelijk overwinnen, bovendien moest de schok al het water in minder dan een seconde wegspuiten en het projectiel zou dan terstond zijn normaalgewicht hebben.
Dit denkbeeld van den voorzitter der Gun-club werd door de ingenieurs van het huis Breadwill en Comp. uitstekend ten uitvoer gebracht; wanneer het water eenmaal zijn dienst had bewezen en weggespoten was, konden de reizigers gemakkelijk den onnoodig geworden toestel wegwerpen.
Het projectiel was 9 voet doorsnede buitenwerks op 12 voet hoogte. Ten einde het bepaalde gewicht niet te overschrijden, had men de dikte der wanden een weinig verminderd en het benedengedeelte versterkt, daar dit al de kracht der ontploffingen moest weerstaan.
De ingang van het gevaarte was bovenaan. Men kon dien hermetisch sluiten door middel van een plaat van aluminium, van binnen door sterke schroeven vastgezet. De reizigers konden dus naar welgevallen hun gevangenis openen, zoodra zij op de maan zouden zijn aangeland.
Om licht in het projectiel te hebben en te kunnen uitzien, waren in den wand vier dikke glazen lenzen vastgezet, twee op zijde, een boven en een beneden. De reizigers konden dus onderweg 't oog wenden naar de Aarde die zij verlieten, naar de Maan, het doel van den tocht, naar den sterrenhemel om hen heen. Tegen de schokken bij het afgaan waren die lichtvenstertjes voorzien van stevige platen, die men van den binnenkant kon losschroeven.
Ook de inwendige inrichting van het projectiel getuigde van de vindingrijkheid der ingenieurs.
Er waren stevig vastgezette bewaarplaatsen van water en levensmiddelen. Vuur en licht konden zij zich verschaffen door middel van gas, bewaard in een gashouder, onder drukking van verscheiden atmosfeeren. Men behoefde slechts een kraan te openen en men had voor zes dagen gas. Ruimte hadden zij genoeg; slechts ontoereikend voor den kunstzin van Michel Ardan, die wel een museum van kunstvoorwerpen zou hebben willen meenemen.
Een zeer gewichtig punt was de versche lucht. In de binnenruimte van het projectiel was deze niet toereikend voor ademhaling van drie menschen gedurende vier dagen. Barbicane zelf, zijn twee reisgenooten en twee honden, die men dacht mede te nemen, hadden in een etmaal 2400 liter zuurstof noodig. De lucht in het kamertje—want zoo mocht men het wel noemen—moest dus kunnen ververscht worden. Hoe? Volgens een eenvoudig middel, dat van Russet en Regnault.
Men weet, dat de gewone dampkringslucht bevat 21 deelen zuurstof en 79 deelen stikstof. De ademhaling bestaat daarin, dat men die vermengde lucht in-, maar alleen de stikstof uitademt. Niet evenwel al de zuurstof wordt door de longen opgenomen, alleen 5%, waarvoor koolstof in plaats komt, ontstaan door een chemische verbranding der ingeademde zuurstof. In een besloten ruimte wordt dus in een bepaalden tijd al de zuurstof van lieverlede omgezet in koolstof, en deze is doodelijk.
De vraag is dus: 1) de zuurstof aan te vullen, 2) de koolstof te verwijderen. Dit geschiedt het gemakkelijkst door zoogenoemd chloraat-potasch (Chlorat. potass.) en brand-potasch (Potass. caust.) Het eerste heeft de eigenschap van zuurstof vrij te maken; het tweede om in den vorm van dubbel potasch koolzuur (bicarbonas potassae) de koolstof op te slorpen. Door dus deze beide middelen vereenigd te bezigen brengt men te weeg, dat de lucht geschikt blijft voor inademing. De proeven daarmede waren door Russet en Regnault genomen, men wist wel niet proefondervindelijk of de theorie door de practijk werd bevestigd, maar—de wetenschap geeft het aan.
Michel Ardan bood zich aan tot de proefneming, maar Maston Stond er op, dat hij daarmede zou worden begunstigd. »Daar ik nu toch niet kan meegaan," verklaarde hij, »mag ik toch wel een dag of acht in het projectiel doorbrengen."
Het zou niet heusch zijn geweest, dit den verdienstelijken secretaris te weigeren. 't Gebeurde dan ook. Voorzien van de beide genoemde bestanddeelen en van levensmiddelen voor acht dagen, drukte hij den 12den November zijn vrienden de hand, verbood uitdrukkelijk zijn gevangenis vóór den 20sten te openen en werd hermetisch in het projectiel opgesloten.
Hoe het hem in dien tijd ging, kon niemand weten, de wanden waren te dik om iets van hem te hooren. Maar den 20sten November, met klokslag van 6 uur 's avonds, werd de aluminiumplaat weggenomen—een juichtoon ging er uit op—Maston stak het hoofd uit het venster, vervolgens armen en buik, hij was waarlijk dikker geworden.