De lelie van 's-Gravenhage · Jacobus Jan Cremer

Chapter 42: Aanteekeningen

[1] Resol. Holl. 30 Sept, 1608, bl. 223.

[2] O. a. Wagenaar, deel IX, boek XXXVI, blz. 436, enz.

[3] "Soldats de la pensée." Le triomphe des arts. Feest-Cantate van G. Demarteau.

[4] Schilderij van Biard.

[5] Schilderij van Cermak.

[6] Schilderij van De Bruycker.

[7] De zanger wijzigde aldus de woorden van Demarteau's Cantate, die oorspronkelijk luidden: Produire encor des Nouveaux Raphaël.

[8] Het Te Deum—3de der Nederd. Evang. gezangen.

[9] Naar het leven.

[10] Cercle Artistique.

[11] Zie, als 't u in handen komt, nader mijn Nieuwe en oude orgel, uitgegeven door de Gebr. Van Es, waarop Erasmus de goedheid had uw aandacht te vestigen.

[12] Zie de sprekende berichten van Mr. Samuel le Poole, in de Economist van 1865 en vroeger.

[13] Sedert het schrijven van den bovenstaanden brief, zijn er reeds heel wat jaren verloopen, en ik weet niet of het mijn hooggeachten vriend De Vries is geweest, die mij heeft overreed om mijn "uitzondering" maar te laten varen, of wel dat onze zetters en heeren Correctors er mij langzamerhand toe gedwongen hebben. Hoe 't zij—gedachtig aan ons echt Neerlandsch: Eendracht maakt macht, schrijf ik voortaan STEEDS: Licht en dicht.

Maar—nog en noch??

Ja, dát maakt een onderscheid. Het schrijven van ons voegwoord nog met c.h. is zeer geschikt om iemand bij 't vóórlezen geheel in de war te brengen, en—men moet onze dierbare Moedertaal zóó iets toch nooit kunnen verwijten.

28 Jan. 1878.

[14] Deze wensch is echter niet vervuld geworden. Ook de beide volgende deelen van Dantes C. D. door Dr. Hacke van Mijnden, zijn, met de bekende platen van Doré versierd, aan des dichters vrienden vereerd doch, nog eer het derde ofschoon voltooide deel aan de pers kon worden toevertrouwd was de talentvolle man, zijn grooten meester, den onsterfelijken dichter, helaas, reeds voorgoed gevolgd in die oorden waar hij gedurende de laatste maanden zijns levens zoo gestadig in den geest had vertoefd en—er "Beatrix aanschouwen deed".

[15] Dit treffelijk blijk van zelfbeheersching en zelfverloochening ter wille van de Kunst, werd ons door een van Da Costa's vrienden meegedeeld.

[16] Kabaal naar aanleiding van het beroep van Ds. Meijboom, destijds predikant van de Groninger richting.

[17] 13 en 14 Sept.

[18] Ze konden ook nagebootst zijn.

[19] Den Minister van Financiën geven we eerbiedig in overweging, om ook in ons Nederland goudstukken van 50 en 100 gulden te doen slaan, natuurlijk niet ten behoeve van hen die ze te Monte-Carlo gaan verspelen.

[20] Wij laten deze cijfers voor rekening van dien berichtgever.

J. J. C.

[21] Het Vaderland, No. 44, 1870.

[22] Zie o. a. zijn meesterlijk stuk, getiteld: In 't Gooi, Maart en April Nos. van de Gids.

[23] Economist, enz.

[24] Fabriekskinderen. Een bede, doch niet om geld.

[25] Een der edeldenkendste fabrikanten in Twente verhaalde mij nog onlangs, dat er o. a. ouders zijn die—om de arme schepseltjes 's winters heel vroeg wakker te doen worden, ze uit de warme bedstee nemen en met de bloote voetjes op den ijskouden haardsteen zetten!

[26] Wetboek van Strafrecht. Zesde Afdeeling.

[27] De Haarlemsche burgemeester, die mede geklaagd had over den toestand der lijdende Fabriekskinderen werd later Minister van B. Z., en tot hém werd dit schrijven gericht.

[28] Thomas Babington Macaulay's redevoering over den arbeid der kinderen in de fabrieken, gehouden 22 Mei 1846.

[29] De laatste klaagt over een onduidelijk adres, terwijl het zijne in 't geheel niet te vinden was.

End of Project Gutenberg's De lelie van 's-Gravenhage, by J.J. Cremer

The end.