getrokken uit de brieven van een commis-voyageur aan zijn vriend Janus.
Waardste Janus!
Al tamelijk wel, kom ik tegenwoordig op de hoogte om mij als een zeer voornaam en hoogst fatsoenlijk persoon voor te doen.
Ja jongenlief, 't is een groot voorrecht, indien men kan opmerken, en het talent bezit om in praktijk te brengen, hetgeen men in de hooge wereld gebeuren ziet.
Janus, wij hebben 't altijd zoo best met elkander kunnen vinden, en daar je nu den patroon hebt verlaten om als reiziger van het huis Jeeger & Comp. de wereld in te treden, zoo wil ik je, gedachtig aan onze vriendschap, de juiste middelen aan de hand doen om, evenals ik, wanneer de bezigheden, vooral op den Zondag, het veroorloven, u en vrai gentilhomme te kunnen vertoonen.
Wij hebben veel vóór, Janus, dat wij drie jaren in het gezelschap van Leneuf, den maître tailleur van onzen patroon verkeerden. Al aardig hebben wij door dien omgang den Franschen slag beet gekregen, want je weet wel, hoe Leneuf, nog kort voor je vertrek, toen we met de winkeldames en heeren de potpartij hadden, verklaarde, dat er aan 't hof niet beter Fransch kon gesproken worden dan in onzen kring.
Fransch, Janus, dat is toch altijd een hoofdvereischte. 't Is verschriklijk onfatsoenlijk ons gemeen en plat Neerlandsch te spreken. Engelsch! Ja, ze zeggen wel dat de Engelsche taal thans meer in de mode is, maar ik bemerkte er weinig van, en, 't laat zich hooren dat zij niet algemeen wordt, want de hooge fatsoenlijke stand is behoudend, en nieuws aan te leeren of in praktijk te brengen, kost al te veel inspanning.
Vooreerst dan, Janus, spreek Fransch, spreek altijd Fransch, denk zelfs, wanneer je over straat gaat, hardop in 't Fransch; maar, dit zeg ik je, nooit over mantilles of guipures, maar altijd over graven en freules of wat met die hooglieden in verband staat.
Wat je toilet betreft, de tailleur van Jeeger zal, evenals Leneuf, wel het juiste snit aan je rok en pantalon geven, maar vooral, jongenlief, verlakte laarsjes, en op je kaken hamvormige bakkebaarden.
Zorg steeds, Janus, althans in de plaatsen waar je gezien wilt wezen, dat je nooit je stalendoos in persoon draagt; neem altijd een jongen, en laat hem minstens twintig passen achter je aankomen, want zaken hebben, is erg onfatsoenlijk. Verder, mijn vriend, is de wijze, waarop je loopt, gansch niet onverschillig; 't hoofd op zij, den neus in de lucht, maar vooral, al braden de musschen op de daken, een tween onder den arm. Groeten op straat is in 't geheel niet voegzaam, den hoed afnemen staat bijster commun. Zie je personen, die je wel dient te groeten, knijp dan je oogen half dicht, glimlach, buig je hoofd even naar je rechterschouder, en wend het dan spoedig naar een andere zij, desnoods naar eene modiste, die voor haar raam zit, want, op mijn woord van eer, modistes en winkeldames, daar kun je zelfs op straat zoo vriendelijk tegen zijn als je maar wilt.
Wanneer je somtijds eens een coup hebt gemaakt, waar de patroon niets mee te maken heeft—je verstaat me—verknoei dan toch nooit je geld aan den zoogenaamden "kalen bluf". 't Is kale bluf waar je niets verder meekomt, indien je in een afgesleten huurrijtuig gaat toeren. Spaar je geld en loop liever; loop liever tienmalen met je tween over den arm en je lorgnet in 't oog—want goed te kunnen zien, is ook bijzonder onfatsoenlijk—rondom de buiten-sociëteit, alsof je er je rijpaard wacht, dan dat je een glas advocatenborrel of zelfs malaga drinkt, in een tent of kroeg, waar iedereen binnenrukt, die geen lid van No. één kan worden.
Spaar je geld, Janus, en dineer liever eenmaal in een der eerste hotels goed, dan dat je tweemaal eet, zonder aan je fatsoen te werken.
Kom je de groote zaal binnen, waar table d'hôte gehouden wordt, zie dan volstrekt niet naar 't geen op tafel staat, maar, valt je een persoon in 't oog, die gedecoreerd is--'t metalen kruis niet meegerekend—knijp dan, weer glimlachend, hoofdbuigend je oogen dicht, en hoewel de gedecoreerde je niet kent, hij zal zijn geheugen ontrouw noemen, je wederkeerig groeten, en terwijl je, na de wijnkaart te hebben ingezien, een flesch wijn bestelt—maar vooral een fijn merk—zal hij aan zijn buurman zeggen dat hij je kent maar niet thuis kan brengen, en je voor den zoon van een zijner voorname kennissen houden.
Als je de soep eet, vooral slobberen of liever slurpen, jongenlief, en in 't minst geen moeite doen om den garçon in 't aangeven van borden of lepels en vorken behulpzaam te zijn. Aan tafel iets lekker noemen is allerijselijkst gemeen; nooit vragen wat het is dat men je voorzet. Je moet eten alsof je niet weet dat er zuurkool in de wereld is, en wanneer je spijzen worden voorgezet, waarin je zwarte stukken vindt, dan moet je die toch vooral niet ter zij leggen, in de meening dat het iets onzindelijks is; beste Janus, al vindt gij 't niet, 't is een erkende lekkernij, want die zwarte stukken noemt men truffels en kosten razend veel geld. Ben je bij toeval naast een persoon geplaatst, die je wat bourgeois toeschijnt, geef hem op zijn vragen vooral geen antwoord; doe alsof je niet bemerkt dat hij je aansprak, maar geef te gelijkertijd een minzaam knikje aan eene wat ver van je afgeplaatste jonge dame, die je bij toeval de freule Van L. hebt hooren noemen. Let op, de dame zal blozen; eensklaps zal zij een gesprek met haar papa of mama aanknoopen, je rechter buurman, een vreemdeling van hoogen adel, die straks door zijn anderen buurman betreffende de schoone, werd ingelicht, zal je vragen of je haar kent, en terwijl je vreeselijk met je broodje gaat kruimelen, geef je ten antwoord—en 't is geen leugen—eenmaal met de freule Van L. gedineerd te hebben. 't Is mij gebeurd, Janus, dat zulk een coup mij een tour en calèche bezorgde. Met een baron en calèche, hoe vaar je!.... Je zoudt me niet gekend hebben Janus, en of ik Janus zou gekend hebben indien hij ons toevallig op den weg ware tegengekomen, daar zal ik het antwoord liefst op schuldig blijven, want om fatsoenlijk te handelen, moet men in sommige gevallen wel kort van geheugen zijn. Eén ding echter, wanneer je ooit in zoo'n rijtuig mocht komen, dan raad ik je aan vooral niet te zitten; neen, liggen moet je, al is het laken ook nog zoo wit en zoo zuiver, gerust het hoofd er tegen aan, liggen is een hoofdvereischte; alleen fatsoenlijke lieden begrijpen hun positie in zoo'n rijtuig; 't is hun niets vreemds, en alleen door een nonchalante houding kan men toonen dat zulk rijden een alledaagsche zaak is.
Denk nooit, Janus, dat je voor een fatsoenlijk man zult gehouden worden wanneer je eenige avonden achtereen in het parterre van de opera verschijnt. 't Woord parterre alleen klinkt den man van rang en fatsoen in de ooren alsof wij van den Engelenbak spraken. Neen vriend, nooit daar beneden, liever eens in 't balcon, of wel in de stalles, dan avonden achtereen in dat verwenschte parterre.
Eene bijzondere studie wordt er toe vereischt om daar op een waardige wijze te verschijnen en b. v. voor een neef of vriend van den Franschen ambassadeur te worden aangezien.
Janus geef acht! Gesteld de Favorite wordt opgevoerd. Ten zeven uren neemt de voorstelling een aanvang. Om halfacht ga je er heen;--vergeet vooral niet een tooneelkijker te huren, let wel, omdat je den uwen vergeten hebt. Welnu, de deur der balconloge wordt je geopend, en, juist op het oogenblik dat Fernand uit het klooster is vertrokken, het sombere kloosterportaal in een lachende tuin wordt herschapen, en eene bevallige chanteuse van "Rayons dorés" begint te zingen, kom je binnen; buigt je hoofd eenmaal naar de rechter- en eenmaal naar de linkerzijde, waarna je je hoed op den grond en je lichaam in een fauteuil werpt; terstond daarop den kijker voor je oogen plaatst, om niet naar het tooneel, maar—zoo brutaal mogelijk—de zaal met toeschouwers rond te zien—vooral niet naar de bovenste galerij—lang, zóólang totdat de eerste acte geheel is afgespeeld.
't Gaat, Janus, met het mooi vinden als met het lekker vinden. Toon volstrekt door geen handgeklap, in 't geheel niet door bravogeroep, dat de muziek of zang je gehoorzenuwen streelt. 't Gebeurt somwijlen dat de Favorite werkelijk een Favorite is, dan, ja, dan maakt het een onderscheid, je kunt je dan spoedig overtuigen of het handgeklap fatsoenlijk wordt. Wanneer het parterre in een uitbundig gejuich losbarst over het "O! mon Fernand" etc. der Favorite, glimlach dan meelijdend, en debiteer aan een heer, die met een rood lint in zijn knoopsgat naast je zit, dat je te Milaan heel wat anders hebt gehoord; en, wanneer Fernand zijn: "Cette épée avilie, je la brise à vos pieds", uitgalmt, zeg hem weder dat het "tu mens"! van Duprez in de Jérusalem,--die je te Parijs hebt gehoord, heel wat sterker was. 't Geen je bijzonder te observeeren hebt zijn de balletten. Met alle gerustheid kun je dan met je kijker de bevallige en kiesche luchtsprongen volgen, die om het kunstige alleen je bewondering wekken; maar vooral, Janus, neem geen ijs in de entre-actes; men zou alras op het denkbeeld komen dat je geen ijs aan 't dessert had gebruikt.
Janus, wil je je hoogst fatsoenlijk houden, verlaat dan je loge nog vóórdat de belangrijke scéne tusschen Leonore en Fernand in het vierde bedrijf plaats grijpt, of wel vertrek juist op het oogenblik dat het: "Fernand imite la clémence", uit den mond van Leonore het plebs in vervoering brengt; en, ik ben verzekerd dat, zoo je na eenige dagen, of weken, of maanden weder in de balcon-loge komt, men je zal groeten als ware je een Don, of Lord, of Comte in eigen persoon. Jongenlief, ik heb hooge verwachtingen van de toekomst; wie weet hoe je vriend Gerrit—onuitstaanbaar onfatsoenlijke naam—je vriend Gérard, nog eens carriére zal maken. De goede manieren verschaffen in de hooge kringen den besten toegang; geld is een bijzaak, want jij, die jaren boekhouder bij den patroon bent geweest, jij weet het best, hoe onfatsoenlijk het—terstond betalen is.
Vaarwel, Janus, misschien later meer. Volg den raad van je vriend, die zich noemt:
Gérard.
P. S. Het is zeer fatsoenlijk tot de Waalsche religie te behooren; de Hollandsche kerken zijn in de beschaafde wereld geheel uit de mode.