De lelie van 's-Gravenhage
By Jacobus Jan Cremer
From a stormy November night in 1595, this historical novel follows the lovely Adelgonde and the people around her in The Hague and on a Meuse castle, in the years of the Dutch war against Spain. The edition adds Cremer's occasional pieces: a legend, sketches, letters and an essay against war.
Summary written with Claude Sonnet 5.5.
Table of contents
- 1: Hoofdstuk 1
- 2: Hoofdstuk 2
- 3: Hoofdstuk 3
- 4: Hoofdstuk 4
- 5: Hoofdstuk 5
- 6: Hoofdstuk 6
- 7: Hoofdstuk 7
- 8: Hoofdstuk 8
- 9: Hoofdstuk 9
- 10: Hoofdstuk 10
- 11: Hoofdstuk 11
- 12: Hoofdstuk 12
- 13: Hoofdstuk 13
- 14: Hoofdstuk 14
- 15: Hoofdstuk 15
- 16: Hoofdstuk 16
- 17: Hoofdstuk 17
- 18: Hoofdstuk 18
- 19: Hoofdstuk 19
- 20: Hoofdstuk 20
- 21: Hoofdstuk 21
- 22: De Reus van Antwerpen
- 23: Te Wolfhezen
- 24: Gedachte op Den Laatsten Avond van een Droevig Jaar
- 25: Kenteekenen van Fatsoen,
- 26: Iets Uit het Jaar 1870
- 27: Geen Recensie
- 28: Mijnheer de Spectator!
- 29: Correspondentie
- 30: Een Talentvol Annexeerder
- 31: Dientje van 'T Veer
- 32: Een Mooie Aprilmorgen in 'T Haagsche Bosch
- 33: Brieven van Grietje Sluimer
- 34: Jan, Pier en Kloas
- 35: Monte-Carlo
- 36: Fabriekskinderen
- 37: Brief van Jan Stukadoor
- 38: Aan Alle Nederlandsche Werklieden
- 39: Antwoord van Jan Stukadoor aan Piet Schaver
- 40: Antwoord aan Piet Schaver
- 41: De Oorlog een Noodzakelijk Kwaad?
- 42: Aanteekeningen