[1] Aan het slot eener beoordeeling van Geel's Onderzoek en Phantasie, geplaatst in De algemeene Konst- en Letterbode, 1838, No. 1. Het stuk was onderteekend met een T. Men meende destijds zoo zeker te weten wie de steller was, als nu b.v. wie in Nederland de eerste stuurman is op het schip van staat. [Niemand minder dan Thorbecke.]
[2] [Zie over deze vertaling de artikelen van Jean Kleyntjes in L'Enseignement des Langues modernes. Ie Ann. Livr. 5 & 6. IIIe Ann. Livr. 2 Brux. 1887, 1889.] Bijv. 1888.
[3] Zie tot nadere toelichting van dit merkwaardig verschijnsel: Jons. Dyserinck, Hildebrands Camera Obscura. Middelburg, 1882, bl. 40.
[4] [Van een hem ten jare 1885 beleefdelijk te kennen gegeven voornemen eener gedeeltelijke vertaling in het Volapük schijnt niet gekomen te zijn. Ook heeft de S. haar, voor zooveel in hem was, verbeden.] Bijv. 1888. [Toch verscheen dit jaar eene vertolking van "Een oude Kennis" in die z.g. wereldtaal. (Arnhem, de Muinck & Co.)] Bijt. 1891.
[5] Hildebrands Camera Obscura door Johs. Dyserinck. Vermeerderde herdruk uit "de Gids" van Dec. 1881. Middelburg, J. C. en W. Altorffer. 1882.
[6] Welk een vereenvoudiging brengen de "24 Artikelen" in 't lager onderwijs! Het heele jonge Holland wint in gemak bij de omwenteling van Dertig.
[7] "Humor ist das Romantisch-Komische, das umgekehrte Erhabene, worin das Endliche auf das Unendliche, der Verstand auf die Idee angewand wird".
[8] In de eerste en tweede uitgaven vermeldde ik roode, doch ben onderricht geworden dat zoodanige klinkers niet bestaan. Ik moet mij dus verzien hebben.
[9] Ik waag de gissing dat "Barnave, par Jules Janin" mijn goeden oom en zijn vriend door 't hoofd gespeeld heeft.
[10] Sinaasappelen zijn schaarsch in October. Zij zijn er echter nog bij menschen als mijn tante, die van sparen en bewaren weten.
[11] Een kleine schuur, ook tot berging van gereedschappen enz. bestemd.
[12] Ik twijfel niet of er zullen menschen gevonden worden, die zich beklagen dat er geene circumflexen en veel te weinig comma's in mijn boek te lezen staan. Ik had er over gedacht hier ten slotte eene geheele bladzijde met die teekens bij te voegen om naar willekeur over de bladzijden uit te strooien, maar ik vreesde dat het al te aardig staan zou.
[13] Dat in de sedert gevolgde uitgaven deze drukfouten niet meer voorgekomen zijn, laat zich denken, en dat ook in deze, gelijk reeds sedert de zevende uitgave, de spelling van het Woordenboek der Ned. Taal naar vermogen gevolgd is, heeft de lezer wel opgemerkt.
[14] Hier volgen de sedert de 3de uitgave (1851) bijgevoegde, maar sedert de 2de (1840) reeds gereed liggende "Nieuwe Vertooningen." (Zie bl. 132.)
[15] De keggen zijn misschien aan mijne lezers niet zoo bekend als bij de timmerlieden. Het is een soort van wiggen, waarvan de eene kant schuin afloopt, de andere horizontaal is; zij dienen om, met kracht hier of daar tusschen geslagen wordende, zware lichamen eenigszins op te lichten, waterpas te stellen, of twee lichamen sterk tegen elkander aan te drijven.
[16] Vier gulden.
[17] Wilhelm Meisters Lehrjahre.
[18] D.i. dun, schraal.
[19] D.i. Holsblokken.
[20] D.i. een vijfje trek- of strijkgeld halen.
[21] Zie Tweede uitgave, bl. 132. Narede.
[22] Nec lusisse pudet, sed non incidere ludum, Hor. Ep. 1. 14; Men schaamt zich 't spelen niet, maar 't altijd door te spelen.
[23] "Dit stukje was door den auteur losweg geschreven, in de stemming die het motto, waarmee het ditmaal pronkt, aangeeft. Hij meende er schertsende mede te velde te trekken tegen het al te mathematische in wetenschap en opvoeding. Onloochenbaar is het, dat hem hier en daar een ernstiger wenkje is ontvallen, en wat daar waars en behartigingswaardigs in zou kunnen zijn, neemt hij ook nu niet terug; maar hij wilde niet gaarne, dat men zijn opstel voor een opzettelijke smaadrede op wetenschappelijk onderzoek aanzag, en het er voor hield, alsof hij eene kinderachtige lofrede op kinderachtig bijgeloof had willen schrijven". Aant. bij den 2den druk van deze—boutade, in 1840. (Proza en Poëzy; Verspr. Opst. en Verzen; bl. 1-13).
[24] Ik moet hier recht doen aan de edelmoedigheid van mijn vriend Baculus, die mij voor eenige maanden alleraangenaamst met een exemplaar van dit mijn lievelingswerk veraste. De goede man deed wat hij kon; maar het was mijne Moeder de Gans niet.
[25] Of men laat hen bladeren in boeken, als b.v. De fabelen van Gellert (die niet voor de jeugd geschreven zijn), opdat zij toch vroeg zouden leeren hunne naasten te mistrouwen en met de vrouwen te spotten.
[26] Bijbel voor de Jeugd, D. I. bl. 3.
[27] Sedert men begonnen heeft de insecten-wereld te beschaven, waarvan de heer Bertolotto met zijn "Industrielles" een verheven voorbeeld gegeven heeft, is er ten minsten een lichtstraal van troost gekomen. En wanneer de Maatschappij tot Zedelijke Verbetering en het Matigheids-genootschap der Infusoria zullen zijn opgericht, is het te verwachten, dat de oxygeen-mikroscoop ons vreedzamer tooneelen zal kunnen aanbieden.
[28] Zoo moesten, dunkt mij, de kerken ook volstrekt niet vernederd worden tot verzamelingen van curiositeiten. Ik ken eene stad, anders uitmuntende door den prijs dien zij op het statige harer bedehuizen stelt, waar onder anderen, op een der muren van de hoofdkerk, de maat is aangewezen van een befaamden reus en van een niet minder vermaarden dwerg, die in of nabij die stad geleefd hebben. Evenmin moest men dulden dat men de heiligdommen tot eene soort van groote pakhuizen gebruikte, waar brandemmers en ladders aan de muren hingen. Over het geheel kon er meer orde en eenvoud en zindelijkheid en betamelijkheid heerschen. Een apostel heeft gezegd: "Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden".
[29] Osmer, an ei tis en mesoi toi puthmeni tou pelagous oikun, oioito te epi tis thalattis oikein, kai dia tou udatos oron ton ilion kai ta alla astra, tin thalattan igoito ouranon einai, k. t. l., Plato (Phaedon. C. 58.)
[30] Gen. I vs. 2. Vgl. Deut. XXXII. vs. 11. Hebr.
[31] Het volgende stukje, hier om den wille der volledigheid opgenomen, is niet meer dan een grap. Het is de parodie van een brief aan Hildebrand door zijn vriend Baculus geschreven; brief, waarvan de inhoud enkel bestond uit eene (voor het overige welverdiende en welsprekende) lofrede op het genie der beroemde treurspelspeelster Rachel.
[32] ontdekte.
[33] drek.
[34] Zie hiervoor: Varen en Rijden. (1837).
[35] Zie hiervoor (bl. 320 en vlg.) "De Veerschipper"; een opstel van 1840.
[36] Pneumatic Despatch Tube.
[37] £ 1.250.000. Zie alle hiergenoemde bijzonderheden in The Illustrated London News van 18 Nov. 1865, Suppl. p. 496; waarbij een plaat p. 493.