Betuwsche novellen, en Een reisgezelschap · Jacobus Jan Cremer

Chapter 9: Stand en Partij

't Is ruim drie jaren geleden dat mijnheer en mevrouw Van Middelnesse het allerliest-lieve dagje bij neef en nicht Janssen te B. hebben doorgebracht. De echtelieden zijn sedert het vorige jaar van "de Boschkant" naar een "minder frequent gedeelte van de stad" gaan verhuizen, omdat..... omdat het huis wat te klein werd, en twee van de kinderen school gaan, en de school zoover af is, en—onder ons: omdat mijnheer verleden zomer een leelijken klap door een mislukte effecten-speculatie heeft gekregen, en de lieve betrekking eigenlijk heel weinig geeft, en een ruime woning, die veel minder huur doet—zij het dan ook verder van 't heerlijke Bosch,--nu wel zoo verkieslijk voor de zuchtende beurs is.

Intusschen, men woont op die stille gracht zeer naar genoegen, zeer, zeer naar genoegen: geen bezoeker komt er, of hij verneemt zulks tot twee-, tot driemalen toe; en deze, al houdt hij ook boven alles van een levendigen stand, hij kan zich dat excellent goed begrijpen, zoo volstrekt geen hinder van gerij.... zoo.... inderdaad allercharmantst!

Over acht dagen is het de tiende September, en ik doe u zulks weten dewijl de heer Van Middelnesse op dien dag zijn veertigsten geboortedag hoopt te vie.... Ja ziet gij, dat woord vieren dát is de quaestie. De echtelieden, die juist bezijden hun huis een gaslantaarn hebben, zijn tegenwoordig bijzonder op het schemeruurtje gesteld, iets dat ze beiden aan den Boschkant abominable vonden. Met die gaslantaarn was 't ook heel iets anders.

Ze zitten te schemeren, en mijnheer zegt na eenige oogenblikken van stilte:

"Parole d'honneur, Emilie, er op gesteld ben ik niet."

"Quant à moi," zegt zijne gade, terwijl zij de schouders ophaalt, "maar," laat ze er spoedig op volgen: "we hebben zoo niets geen pretext: we komen overal ..." na eenige oogenblikken van stil gepeins, als ontwakende: "Neen, we kunnen 't niet laten!"

"'t Is moeielijk!" zegt mijnheer.

"Nancy Lassale plaagde laatst nog," herneemt mevrouw: "dat ik den tienden September wel als vroeger magnifique voor den dag zou komen, "vooral nu je die ruime zaal in je nieuwe huis hebt", voegde zij er bij, en liet er zachtjes op volgen: "Hé, heerlijk, een dansje'!"

"Er heeft dan toch niemand begrepen, dat we uit een andere oorzaak dan weelde, naar deze afgelegen kazerne verhuisd zijn," vleit zich mijnheer Van Middelnesse, en hij mompelt iets later: "Maar die kosten, die kosten!"

"Ja 't is waar....," zegt mevrouw; "maar denk eens wat praatjes....!" En mijnheer, ofschoon hij nog terloops eens herinnert van hoe weinig ze tegenwoordig moeten rondkomen, hij begrijpt toch ten laatste, dat ze, voor hun fatsoen, de partij moeten geven.